Met de ontwikkeling van een landelijk kwaliteitskader voor professionalisering zet NAPL een volgende stap in het structureren van nascholing voor leraren. Waar in de programmalijn ontwikkelpaden vooral de inhoud centraal staat, richt dit kader zich nadrukkelijk op de kwaliteit van het professionaliseringsaanbod zelf: hoe leerarrangementen zijn ingericht, uitgevoerd en geborgd. Alie Kamphuis vertelt er meer over. Tot augustus was zij projectleider Kwaliteitsborging Professionalisering bij NAPL.

Alie Kamphuis.

“De ontwikkelpaden beschrijven wat leraren kunnen leren en hoe ze zich verder kunnen ontwikkelen”, zegt Alie Kamphuis, tot augustus dit jaar projectleider Kwaliteitszorg Professionalisering bij NAPL. “Het kwaliteitskader gaat juist over de eisen die je stelt aan het professionaliseringsaanbod. Het is de ‘hoe’-kant.”

Waarom een kwaliteitskader?

De aanleiding is helder: professionalisering van leraren is in Nederland versnipperd georganiseerd. Er bestaan keurmerken en registers, maar die zijn vaak sectoraal of vrijwillig en missen landelijke samenhang. Ook is het voor leraren en scholen niet altijd duidelijk welke trajecten daadwerkelijk bijdragen aan beter onderwijs.

“Voor het po, vo en mbo is landelijk weinig vastgesteld over de kwaliteit van nascholing voor leraren”, aldus Kamphuis. “Dus ook geen eenduidige basis om te beoordelen of aanbod echt effectief is.” Het kwaliteitskader wil daar verandering in brengen door minimale eisen te formuleren waaraan professionaliseringsaanbod moet voldoen.

Voldoen aan kwaliteitseisen

Het kader richt zich niet op aanbieders, maar op hun concrete aanbod. Trainingen, leergangen en cursussen worden beoordeeld op basis van vooraf vastgestelde criteria. Voldoet een traject, dan kan het worden opgenomen in het register. “Wij keuren geen aanbieders”, benadrukt Kamphuis. “Het gaat specifiek om het aanbod dat gekoppeld is aan ontwikkelpaden en dat voldoet aan de kwaliteitseisen.”

Die eisen zijn breed en gebaseerd op wetenschappelijke literatuur over effectief leren van leraren, bestaande kwaliteitskaders en input van experts. Ze bestrijken onder meer:

  • de inrichting van de leeromgeving (bijvoorbeeld gebruik van authentieke opdrachten en samen leren);
  • de opbouw en studeerbaarheid van het programma;
  • de expertise van opleiders, trainers en begeleiders, en
  • de afronding van het leerarrangement.

“Het gaat niet alleen om wat je aanbiedt, maar ook om hoe je dat doet en hoe je borgt dat leraren zich kwalitatief kunnen ontwikkelen”, zegt Kamphuis.

Voor aanbieders betekent het kader dat zij expliciet moeten maken hoe hun aanbod aan deze eisen voldoet. “Als leraar moet je erop kunnen vertrouwen dat een traject je echt verder helpt”, aldus Kamphuis. “Dat het aansluit bij wat je nodig hebt én dat het op een goede manier is ingericht.”

Beter onderwijs en behoud van leraren

Het kwaliteitskader is nadrukkelijk bedoeld als middel om de professionalisering van leraren te versterken en daarmee indirect het onderwijs zelf. Door beter zicht op kwaliteit en samenhang in aanbod, wordt het aantrekkelijker voor leraren om zich te blijven ontwikkelen.

Daarnaast speelt het kader in op een bredere ambitie: het behouden van leraren. Door gerichte en kwalitatief goede ontwikkelmogelijkheden binnen het vak zelf te bieden, wordt de professionele groei niet alleen verdiept, maar ook duurzamer. “Het gaat erom dat leraren zich blijven ontwikkelen in hun vak en daar ook goede ondersteuning bij krijgen”, zegt Kamphuis. “Dat draagt bij aan beter onderwijs én aan het behoud van leraren in de klas.”

Wat is de volgende stap? “Het kader staat er niet op zichzelf”, besluit Kamphuis. “Het moet gaan landen in de praktijk. En dat vraagt om samenwerking met aanbieders, onderwijsregio’s en andere betrokken partijen.”