Hoe maak je de opdracht van de onderwijsregio passend voor de leden? Die vraag heeft Dik van Kleef zich nadrukkelijk gesteld. Hij is kartrekker van de reformatorisch georiënteerde onderwijsregio Progressus. Autonomie en eigen regie zien de aangesloten christelijke scholen als een groot goed. “Dat moet je continu op je netvlies hebben.”
Van de drie landelijke onderwijsregio’s is Progressus georganiseerd op basis van een gedeelde identiteit. Veel van de aangesloten po-, vo-, mbo- en hbo-scholen kennen elkaar al langere tijd. Ze ontmoeten elkaar ook regelmatig. “Dat hielp natuurlijk bij het vormen van een gezamenlijke visie en het aanbrengen van focus”, geeft Dik aan. “Het beroepsprofiel van de christelijke leraar is ons uitgangspunt. Dat bepaalt het denken en doen van onze onderwijsregio. Door het beroepsprofiel van de christelijke leraar centraal te stellen, kunnen we de verschillende werklijnen ook gemakkelijk met elkaar verbinden.”

Identiteitsrijk aanbod voor professionalisering
Dik legt zich binnen de onderwijsregio toe op het inrichten van het leerplatform. Hij wil daar een ‘vindplaats voor leren’ van maken, waar ook aankomende leraren – de studenten van de PABO bijvoorbeeld – gebruik van kunnen maken. Bij Progressus is op dat platform een groeiend aanbod van workshops op het gebied van begeleiden, opleiden en professionaliseren te vinden.
“Maar als je dat aanbod op één centrale plek wilt organiseren, krijg je direct te maken met de autonomie en regievoering van de leden”, geeft Dik als knelpunt aan. Progressus wist daar echter een mooie balans in te vinden. “Scholen en besturen die al een eigen academie hadden, zijn op het leerplatform ‘ingeplugd’ en behouden hun autonomie en regie volledig. Hun aanbod stellen ze beschikbaar aan de andere leden. Wat de onderwijsregio vervolgens zelf ontwikkelt, is daar een toevoeging op. Daarbij zorgen we ervoor dat dit aanvullende aanbod, naast actueel en professioneel, ook identiteitsrijk is.”
Van het toevallige naar het reguliere
Het professionaliseringsaanbod moet volgens Dik ook worden ingebed in de HR-cyclus van de scholen. “Voorheen dacht ik dat zoiets onmogelijk was, want het komt wel heel dicht bij de organisatie-inhoud van onze leden.” Toch zet Progressus er inmiddels stappen in. “We laten er onderzoek naar doen. Daarvoor hebben we een partner gevonden die uitgaat van drie principes die wij belangrijk vinden: autonomie, relatie en competentie. Die partner heeft daar vervolgens het mooie principe ‘rechtvaardigheid’ aan toegevoegd. Op de aanbevelingen gaan we samen reflecteren.”
Een werkgroep gaat straks aan de slag met het vormgeven van HR-modules, die die ook een plek zullen krijgen op het leerplatform. “Wat wij vooral nastreven, is dat professionaliseren goed wordt ingebed, bijvoorbeeld in de gesprekkencyclus van de scholen.” Dan haal je het uit het ‘toevallige’ en breng je het naar het ‘reguliere’, geeft hij aan. “Bovendien beleg je dan meteen de verantwoordelijkheid bij de medewerker, de schoolopleider, de teamleider en eventueel bij een bestuur. Want eigenaarschap is ook in de procesbegeleiding van het professionaliseren ontzettend van belang.”