Peer Kennis is een duizendpoot in het onderwijs. Hij werkt als docent en mentor in het voortgezet onderwijs, is betrokken bij de opleidingsschool Nest in Nijmegen en geeft daarnaast één dag per week les aan de universiteit. Hij heeft bewust gekozen voor die combinatie. “Ik vind het mooi om beweging te zien bij mensen of het nu leerlingen, studenten of collega’s zijn. Als er ontwikkeling plaatsvindt, geeft dat kracht.”

Zijn motivatie om zich in te zetten voor professionalisering komt ook uit eigen ervaring. “Onderwijs vraagt veel. Je moet niet alleen inhoudelijk sterk zijn, maar ook kunnen begeleiden, inspireren, orde houden, samenwerken. Dat leer je niet in één keer, dat ontwikkel je stap voor stap.” Zelf volgde hij scholing op het gebied van coaching, omdat hij meer wilde kunnen betekenen in de begeleiding van collega’s. “Dat traject heeft me enorm veel gebracht. Ik sta nu steviger in gesprekken, heb meer vertrouwen en een goed gevulde gereedschapskist.”

Toch weet hij ook hoe lastig het kan zijn om ruimte te vinden voor je eigen ontwikkeling. “Dat is de grootste hobbel voor veel leraren. Niet alleen letterlijk tijd in je rooster, maar ook mentale ruimte. Zeker als professionalisering buiten je lesuren moet, voelt het als iets extra’s. Terwijl het daar juist níet zou moeten zitten.”

Binnen de Nationale Aanpak Professionalisering Leraren (NAPL) is Peer actief in de programmalijn Kwaliteitsborging, waar wordt gewerkt aan landelijke kwaliteitscriteria en een systeem voor toetsing en evaluatie van professionaliseringstrajecten. “Als je tijd investeert in een traject, dan moet het ook echt iets opleveren. Niet alleen een bewijs van deelname, maar iets wat je kunt inzetten in je werk.”
Wat hem aanspreekt in het programma, is de focus op de werkpraktijk. “Leraren weten vaak heel goed wat ze willen leren en hoe. Dan moet professionalisering aansluiten: flexibel zijn, concreet en herkenbaar. En het moet zichtbaar maken wat het je oplevert.”

In zijn eigen team ziet hij hoe belangrijk het is dat leraren samen blijven leren. “We praten veel met elkaar over wat werkt, reflecteren samen, geven elkaar feedback. Iedereen heeft een rol in het opleiden. Dat creëert betrokkenheid én eigenaarschap.” Zelf haalt hij veel energie uit blijven bewegen. “Ik heb altijd een motortje gehad dat zegt: ik wil verder, ik wil blijven leren. En dat probeer ik over te brengen.”

Zijn wens voor de toekomst? “Dat we ruimte creëren in het onderwijs om echt te kunnen blijven leren. Niet omdat het moet, maar omdat het waardevol is. Geef mensen vertrouwen en autonomie in hun ontwikkeling, dan gebeurt er iets. Als het lukt om daar de ruimte én de cultuur voor te bouwen, dan blijft het onderwijs in beweging.”